|
Beschrijving: Inleiding.
Wat opvalt wanneer we gesprekken observeren is dat de gesprekspartners nauwelijks door elkaar praten en dat de hoeveelheid tijd die tussen twee opeenvolgende sprekers verstrijkt veelal erg klein is (enkele tienden van seconden). Conversatieanalisten onderzoeken gesprekken en hebben een aantal mechanismen ontdekt waaraan mensen zich in de regel houden wanneer ze in gesprek zijn; mechanismen die als het ware het 'communicatieprotocol' uitmaken dat uitmaakt wie de volgende spreker zal zijn en op welk moment deze de beurt kan, mag -en soms zelfs moet- nemen. Bij deze beurtwisselingsmechanismen spelen een aantal factoren een rol; zoals: - kijkgedrag van de spreker zowel als van de luisteraars - prosodische aspecten van spraak (tempowisseling, accent, raising) - verwachtingen die luisteraars hebben met betrekking tot de duur van de beurt van de spreker. - verwachtingen die de spreker heeft met betrekking tot het interruptie-gedrag van de luisteraars. - emotie van de partners en hun betrokkenheid bij het gespreksthema - sociale relaties tussen de gesprekspartners. Adressering is dat aspect van verbale interactie dat in gesprekken met meer dan twee deelnemers bepaalt wie degene is of zijn, waar de spreker zich tot richt. Adressering is een factor die mede uitmaakt wie de beurt zal krijgen.
Het doel van deze opdracht is het ontwerpen, en implementeren van een simulatie-systeem waarin een aantal (2,3, of 4) converserende agents een gesprek voeren. Daarbij zien we -in eerste instantie- af van de inhoud van wat er gezegd wordt. De agents zijn zelfstandig processen die een gesprekspartner simuleren. De agents observeren elkaar (kijken;luisteren) en hebben eigenschappen die op een stochastische manier bepalen of en wanneer ze iets willen zeggen. De agents houden zich aan een stel van beurtwisselingsregels en zo ontstaat een bepaald gedrag. Het doel van de simulaties is te onderzoeken welke factoren van belang zijn voor het verkrijgen van een 'natuurlijke' conversatie voor wat betreft de beurtwisseling, d.w.z. gesprekken die aan de eerder genoemde kenmerken van efficientie voldoen.
Het is daarom van groot belang dat het gedrag van het systeem op een handige manier voor de gebruiker die de simulaties uitvoert observeerbaar (visualisatie, grafieken, interactie grafen, audio/spraak-generatie, waarbij te horen is wie er spreekt.) wordt gemaakt. Bovendien moet de interface toestaan om allerlei relevante parameters te veranderen en de 'gesprekken' moeten gelogd kunnen worden voor nadere analyse.
Simulaties hebben als voordeel dat het eenvoudig is allerlei variabelen in te stellen en te kijken wat het effect is op het gedrag van het systeem. We willen door middel van de simulaties ook meer inzicht verkrijgen in de waarde die computersimulaties van menselijk gedrag op basis van theoretische modellen van dat gedrag - zoals conversatietheorieen - kunnen hebben voor het onderzoek naar de mechanismen die daarin een rol spelen.
Fasering. Literatuur-onderzoek (met name Mazeland, Padhilla en Jovanovic; zie referenties) Selectie van de aspecten die meegenomen worden in het model van de agents. Bepalen hoe welke aspecten van het gedrag observeerbaar worden gemaakt. Architectuur van het systeem (een blackboard architectuur ligt voor de hand) Implementatie Testen Rapporteren en demonstreren
Literatuur: H. Mazeland. Inleiding in de conversatie-analyse. UItgeverij Coutinho, 2003 H. Padhilla and J. Carletta, Simulation of small groups discussions, In: Proc. of EDILOG, 2002. N. Jovanovic and R. op den Akker. Towards automatic recognition of addressees in multiparty dialogues. |
Voor meer informatie over deze opdracht kun je contact opnemen met
Rieks op den Akker
University of Twente (HMI) maakt deel uit van de locatie Region Twente |